Geschiedenis: Een Beweging en geen Denominatie
De wortels van de broederbeweging gaan terug naar het tijdperk van het
Reveil (1e helft 19e eeuw), een periode waarin een opleving plaatsvond in de
christenheid. Uit een hernieuwd zicht op het wezen en de aard van Gods
gemeente ontstonden de z.g.n. 'vergaderingen'.
Wat verlangden ze om terug te keren tot de eenvoud van het samenkomen zoals
ze dat in het Nieuwe Testament lazen. Zij vormden met enthousiasme vele
kleine en dynamische groepen in verschillende delen van de wereld. In die
tijd waren dit hun hoofdkenmerken:
1) Ze kwamen bij elkaar om Christus te ontmoeten (Mt 18:20).
2) Ze verwachtten dat de Heilige Geest hen in die samenkomsten zou leiden.
3) Alle ware en godvruchtige christenen waren welkom en konden deelnemen in
de samenkomsten.
4) Zij hadden een sterke verwachting van de wederkomst van Christus.
Veel van deze nieuwe groepen begonnen te netwerken en bemoedigden elkaar
door wederzijds bezoek, bijbelstudie conferenties, uitwisselen van artikelen
en boeken, nieuwe liederen, enz. Zij zagen dat ook in het Nieuwe Testament
deze zelfde onderlinge verbondenheid tussen gemeenschappen in praktijk werd
gebracht. Het was haast een principe dat ze weigerden om zichzelf met een
naam aan te duiden ter onderscheiding van andere geloofsgemeenschappen en
kerken. Evenzo weigerden ze de vorming van een nationaal of internationaal
overkoepelend gezags-orgaan.
Ze kozen er voor om alleen maar christenen, heiligen, gelovigen, broeders en
zusters genoemd te worden. Een veel gehoorde uitdrukking was: 'We zijn
christenen die samenkomen tot de naam van de Heer Jezus.' Op dit moment
worden gemeenschappen met deze achtergrond aangeduid met verschillende
namen, zoals: Christelijke gemeente, Broedergemeente, Vergadering van
Gelovigen, Gemeente in die of die Bijbelkapel, Darbisten, Gemeente in die of
die Gospel-Hall, Plymouth broeders, Evangelische vergadering. Die namen
variëren van land tot land.
Naar buiten gericht
Hoewel de Broederbeweging een relatief kleine groep vormt, heeft hun
niet-gecoördineerde maar enthousiaste aanpak wereldwijd een bovenmaatse
invloed gehad. Het zijn veelal actieve evangelisten. Broeders en zusters
werken mee in allerlei plaatselijke en landelijke projecten, zoals radio,
televisie, vrouwengroepen, conferenties, kampen, bijbelcursussen, boeken en
tijdschriften. Door de jaren heen hebben hun zendelingen in vele landen
'vergaderingen' gesticht.
Je kunt ze ook tegenkomen bij regionale en internationale evangelische
organisaties waar anderen het initiatief toe hebben genomen, zoals de EO,
Gideons, OM, MedAir, Wycliffe Bijbelvertalers, TransWorld Radio en
christelijke studentenbewegingen, waar ze meewerken en ondersteunen.
Hoewel ze zich op evangelisatie gericht hebben, zijn de sociale noden niet
vergeten. Je kunt broeders en zusters vinden die asielzoekers, gevangenen en
daklozen helpen, enz. Op verschillende plekken op het zendingsveld hebben ze
scholen en medische centra opgericht en ondersteund, alsmede tehuizen voor
straatkinderen, bejaarden enz. Kijkt u maar op deze website met zijn
verschillende 'links' om de rijkdom aan opbouwende, naar buiten gerichte
activiteiten te ontdekken.
Geloofsverklaring
In al die jaren hebben de gelovigen in de meeste van deze 'vergaderingen' er
voor gekozen om geen lijst op te stellen met uniforme leeruitspraken.
Natuurlijk zijn er veel boeken door hen geschreven maar alleen de Bijbel
zelf wordt gezien als de erkende autoriteit. Zij willen de gedachte
vasthouden dat Gods openbaring in de Bijbel uniek en compleet is, maar dat
ons begrip ervan nog steeds in ontwikkeling is. Wanneer zij haar bestuderen
en ze nieuwe uitdagingen van deze veranderende wereld het hoofd moeten
bieden, dan vertrouwen ze er op dat de Heilige Geest meer licht zal werpen
op het Woord van God.
Waar moeten we die 'vergaderingen' plaatsen? Volgens sommigen moeten ze
onder het Protestantisme worden gerekend, omdat ze het unieke gezag
van de Bijbel vooropstellen, sterk bij het Woord leven en het gezag van Rome
en zijn kerktraditie niet erkennen. Maar ze zijn anders dan de Protestantse
kerken doordat de 'vergaderingen' formele structuren verwerpen en
onafhankelijk van de staat zijn. Misschien passen ze het beste in de brede Evangelische
beweging. Ze staan voor alle centrale orthodoxe thema's zoals: het ultieme
gezag van de Heilige Schrift in belijdenis en leven; wie is God, Jezus
Christus, de Heilige Geest; de verlorenheid en behoudenis van schuldige
mensen; redding door Jezus Christus alleen, enz.
Enige kenmerken
Hieronder vindt u een lijst met leerstellingen en afspraken die de meeste
van deze gemeenschappen in Nederland en wereldwijd vandaag de dag
karakteriseren. Ze moeten niet gezien worden als hun belangrijkste
leeropvattingen maar meer als een keuze van het soort onderwijs dat zij als
bijbels en belangrijk beschouwen en dat hen in bepaalde gevallen
onderscheidt van andere christelijke gemeenschappen.
1 BIJBEL - UITLEG
1.1 Inspiratie: Zij houden vast aan een woordelijke en volledige
inspiratie van de oorspronkelijke Bijbelmanuscripten. De Bijbel is het Woord
van God (en niet: bevat het Woord van God). Wanneer de Bijbel spreekt,
spreekt God.
1.2 Sola Scriptura: Bij de uitleg van de Heilige Schrift zijn zij
zich bewust van allerlei uitlegkundige tradities. Leerstellingen die niet
door een evenwichtige uitleg van de gehele Bijbel ondersteund worden, hebben
geen gezag. Meningen, dromen, visioenen en ervaringen dienen zo getoetst te
worden.
1.3 Gods relatie met mensen: Gods wijze van handelen met de mensheid
verandert in de loop van de tijd. Met name worden daarin het volk Israël en
de Kerk (Gemeente) duidelijk van elkaar onderscheiden. De meeste
'vergaderingen' houden vast aan één of andere vorm van bedelingen, dwz. ze
onderkennen dat God op een bepaalde manier met mensen omgaat gedurende een
bepaalde tijd.
1.4 Gaven en wonderen: Velen erkennen dat sommige gaven een functie
hadden als 'teken of aanwijzer', om de vroege gemeente te vestigen en de
apostelen te bevestigen (2 Ko 12:12; Ef 2:20). Apostelen zoals de 12 zijn er
niet meer. De 'vergaderingen' geloven dat God vandaag door zijn Geest op
dezelfde wijze kan werken door middel van de gaven die Hij geeft 'zoals Hij
wil'. Niet alle gaven zullen altijd en overal aanwezig zijn. De Heer geeft
wat nodig is voor de toestand van de gemeente in die specifieke tijd en
omstandigheden. Zij geloven dat God nog steeds actief is in wonderlijke
dingen, zeker ook door gebed van zijn kinderen (Jk 5:13-18).
1.5 Toekomst: Zij zien een onderscheid in de roeping van het volk
Israël en de Gemeente, en zij verwachten de wederkomst van Christus op
aarde om zijn rijk van vrede en gerechtigheid op te richten (Duizendjarige
Rijk). Zij zien uit naar 'de Opname', die naar hun overtuiging daarvóór
zal plaatsvinden (Jh 14:1-3; 1 Ths 4:13-18).
2. VORM VAN SAMENKOMEN
2.1 Avondmaal: De viering rond de broodbreking heeft een centrale
plaats in de samenkomsten van de 'vergaderingen.' Deze viering is gewoonlijk
wekelijks. Zij geloven dat de Heilige Geest de gemeente leidt door gebed,
lezen van bijbelgedeelten, liederen en getuigenissen, zonder voorbereide
liturgie.
2.2 Prediking en Onderwijs: Soms worden sprekers uitgenodigd of wordt
van te voren onderling afgesproken wie er spreekt, maar de meeste
'vergaderingen' houden vast aan samenkomsten die niet van te voren zijn
ingericht vanwege de gedachte dat de Heilige Geest in staat moet zijn om
aanwezige broeders te gebruiken voor prediking of onderwijs. In deze
samenkomsten wordt op de leiding van de Heilige Geest vertrouwd.
2.3 Bedieningen: Iedere gelovige heeft één of meer geestelijke
gaven. Wanneer iedere gelovige met zijn gaven functioneert, wordt het
Lichaam opgebouwd. Voor aanbidding heb je een dankbaar hart nodig en om te
dienen heb je een gave nodig.
2.4 Geslacht: Zij erkennen en onderscheiden de rol van man en vrouw
in de gemeente.
2.5 Aanbidding: De Vader zoekt aanbidders (Jh 4:23). Jezus Christus
is aanwezig als twee of drie in Zijn naam vergaderd zijn (Mt 18:20). De
Vader en de Zoon staan centraal in hun aanbidding en bedieningen.
2.6 Eenvoud: De 'vergaderingen' weerstaan de trend om de samenkomsten
van de gemeente te 'professionaliseren' en in handen van enkelen te leggen.
Zij proberen een respectvolle, gezonde familiesfeer aan te moedigen, waarbij
kwaliteit (zowel naar vorm als inhoud) en deelname door velen wordt
gestimuleerd. Met de stijl van muziek, het gebruik van instrumenten en de
keus van liederenbundels wordt plaatselijk verschillend omgegaan.
3. GEZAG - BESTUUR
3.1 Leiderschap: Meestal is er een team van plaatselijke broeders die
zo veel mogelijk voldoen aan de morele vereisten (1 Tm 3 en Tt 1). Zij
houden gezamenlijk toezicht op de gemeenschap. Zij worden oudsten genoemd,
of eenvoudig: leidende of verantwoordelijke broeders.
3.2 Gezag: Het gezag rust bij het Woord van God en niet bij de
leiders zelf. Oudsten staan niet boven maar tussen de gemeenschap (1 Pt
5:1-4; Hd 20:28). Zij dienen, zoeken het welzijn van de kudde en zorgen dat
het onderwijs bijbels blijft. Zij begeleiden de besluitvorming en wijzen de
richting voor de hele gemeenschap.
3.3 Financiën: Het geven van tienden als een verplichting hoorde bij
het volk Israël en niet bij de Gemeente. Geven gaat op een vrijwillige,
anonieme, regelmatige, en offervaardige manier. Men geeft niet aan de
Gemeente, niet aan een goed doel, maar aan de Heer.
4. DEELNAME
4.1 Ontvangst: Iedereen is welkom in hun samenkomsten. Het deelnemen
aan de broodbreking vraagt wel een persoonlijke belijdenis van Jezus
Christus als Heer en Heiland en enige vorm van mondelinge of schriftelijke
aanbeveling of een kennismakingsgesprek wanneer de bezoeker niet bekend is.
Wie wel en wie niet deelneemt, wordt gezien als een verantwoordelijkheid van
de gehele gemeente en niet slechts als een persoonlijke beslissing.
4.2 Priesterschap: Zij erkennen geen onderscheid tussen
'geestelijkheid' en 'leken'. Zij stimuleren het priesterschap van alle
gelovigen. Iedere broeder en zuster kan aan het functioneren van de gemeente
bijdragen in overeenstemming met zijn of haar gaven, ervaring en praktisch
geestelijk leven.
4.3 Opleiding: 'Vergaderingen' onderschrijven het nut van
theologische of praktische vorming om een taak/bediening te kunnen
uitoefenen, maar deze is niet vereist voor enige taak in de 'vergadering'.
Het doel van de gaven van onderwijs en profetie is om de gemeenschap op te
bouwen en iedere gelovige toe te rusten voor geestelijk werk (Ef 4:12).
4.4 Salaris: Zendingswerkers en broeders en zusters met geestelijke
gaven moeten dienen in overeenstemming met hun roeping. In de
'vergaderingen' wordt gezocht naar een financieel beheer waarbij de werker
niet op de gemeenschap vertrouwt maar op de Heer alleen. Het ontvangen van
geldelijke steun geeft de werker geen bijzondere status, alleen maar meer
tijd. Leiders in 'vergaderingen' ontvangen meestal geen salaris.
5. ENKELE LEERSTELLINGEN
5.1 Doop: Gewoonlijk wordt de doop door onderdompeling toegepast na
persoonlijke bekering. In de loop der geschiedenis is echter ruimte gemaakt
voor hen die de huisdoop praktiseren. Daar zij de doop zien als een
individuele gehoorzaamheid, accepteren zij ook hen die door andere
geloofsgemeen-schappen gedoopt zijn, voor zover zij zelf overtuigd zijn
christelijk gedoopt te zijn.
5.2 Engelen en demonen: Zij geloven in hun bestaan en de mogelijkheid
dat ze mensen beïnvloeden. Er is veelal niet veel ervaring met het bieden
van hulp aan hen die door boze geesten worden lastig gevallen. Broeders en
zusters met een pastoraal hart verdiepen zich hierin. Men richt zich veelal
op het meer bewust worden van wie men is in Christus en het gebruik van het
gezag dat men in Christus heeft gekregen.
5.3 Eeuwige behoudenis: Behoudenis is op grond van geloof alleen. Een
kind van God werkt zijn geloof uit in goede werken. Voor hen geldt dat zij
niet verloren zullen gaan in eeuwigheid (Jh 10:27-30).
|