Evangelische Boekwinkel Paramaribo
13-08-2012
Zorgen
Sinds 2002 is de kleine boekwinkel van stichting Boen Njoensoe (Red:
overkoepelende stichting voor het werk vanuit de vergaderingen) gevestigd
tegenover een grote supermarkt in een druk straatje. Hendrik Waridjan werd
verkoper in vaste dienst van Boen Njoensoe en zijn vrouw Samantha kwam hem als
vrijwilligster helpen en nu is Samantha de vaste kracht. De winkel werd enige
tijd geleden gerenoveerd en voorzien van mooie blauwwitte kasten en een nieuwe
tegelvloer.
Samantha vertelt in onderstaand schrijven over het wel en wee van de
boekwinkel: 'We hebben een vaste, trouwe en enthousiaste klantenkring. Rond de
jaarwisseling is het erg druk. Dan komt iedereen een kalenderboekje kopen 'Lichtstralen'
of 'Het Goede Zaad'. Door het jaar heen is het rustiger, misschien gemiddeld
drie klanten per dag. We verkopen momenteel o.a nieuwe- en tweedehands
bijbelstudieboeken over losse onderwerpen en ook kinderboeken. Er is een ruime
keus aan traktaten, ansichtkaarten en wenskaarten en een paar muziek CD's. Er
is veel vraag naar traktaten; laatst kocht iemand er maar liefst tweeduizend.
Bijbels kopen we meestal in bij het Surinaams Bijbelgenootschap (SBG), er is de
laatste tijd veel vraag naar.
Boen Njoensoe is er vooral voor goedkope boeken
en/of boeken die elders niet (meer) te koop zijn, oude uitgaven, tweedehands
boeken en een ruime keus uit nieuwe boeken. De mensen die vragen naar de
allernieuwste uitgaven moeten we meestal wel teleurstellen, omdat dat te dure
uitgaven zijn om ze speciaal in Nederland te bestellen! Er zijn klanten die
goedkope boeken kopen om uit te delen b.v. 'De Overwinnaar' en de 'Toets'
serie van Uitgeverij Medema. We verkopen ook de CD's van Gospel Network
Suriname en Bijbelstudies op cassette. Regelmatig wordt er gevraagd naar boeken,
zoals 'Gebed van Jabes,' 'Kracht van een biddende vrouw' en boeken van
Derek Prince e.a. Maar ook naar naslagwerken zoals een concordantie. Er is ook
vraag naar Evangelische films op DVD en naar div. liederenbundels.
Sinds twee jaar geven we met de jaarwisseling gratis geplastificeerde jaarkalendertjes
met een bijbeltekst weg, daar is men erg blij mee en er is veel vraag naar.
Tot begin juni wordt er nog naar 'Lichtstralen› gevraagd. Ik verwijs iedereen
door naar het SBG die nog een paar wandkalenders Lichtstralen heeft. Ik bel
steeds of ze er nog hebben, zodat de mensen niet voor niets gaan. Er zijn ook
regelmatig gesprekken met klanten, waarbij zij van ons en wij van hen kunnen
leren. Een gehandicapte zuster komt soms langs voor gebed en een praatje. Wij
hebben een paar zusters die altijd op zoek zijn naar gedichtenboekjes. Theo
Bijlhout, een Surinaamse Gospelzanger, brengt persoonlijk zijn CD's om in de
winkel te verkopen.' Een deel van het werk dat Henk en Anneke Wassink voor de
Heer doen in Suriname bestaat al vele jaren uit het vormen van de organisatie
achter de boekwinkel. Via hun contacten in Nederland verzorgen zij de
bestellingen voor de boekwinkel, corresponderen over ontvangst en verzending van
nieuwe en tweedehands boeken en houden met het bestuur de financiële kant op
orde.
Financiën
Hoewel het financieel de laatste jaren in Suriname wat beter
gaat is voor de meeste Surinamers het kopen van goede Bijbelse lectuur nog
steeds een flinke aanslag op het budget. Daarom worden de boeken veelal tegen
een, naar Surinaamse begrippen, eerlijke prijs verkocht. Maar dit kan niet
zonder subsidie van uitgevers in Nederland die daar flink in meehelpen maar ook
niet zonder giften voor de stichting Njoen Libi (Nieuw Leven) die vanuit
Nederland de financiële afwikkeling met de boekverkopers regelt. Ook dit jaar
is er weer een behoorlijk bedrag nodig om de bestelling van dagboeken, voor
velen één van de weinige bronnen van goede christelijke lectuur, mogelijk te
maken.
Bron: Berichten
(met toestemming overgenomen)
|
|
Geborgen
13-01-2012
Stichting 'In de Ruimte' zet zich in voor mensen met een lichamelijke
beperking in een positief christelijk milieu. De stichting bestaat uit een
tehuis en een school in Paramaribo (Suriname). De bewoners zijn van Javaanse
afkomst en op dit moment wonen er 21 mensen permanent. Het huis is in 1981
opgericht als een privé-initiatief en is uitgegroeid tot een professionele
organisatie waar zorg en opleiding voor mensen met een lichamelijke
beperking centraal staan. In februari 2010 heeft de oprichtster de leiding
van het tehuis overgedragen aan Hanneke Tanck. Zij is nu de directrice en
daarmee het eerste aanspreekpunt bij 'In de Ruimte'.
Hanneke zit nu aan het einde van haar zwangerschapsverlof en begint de draad
weer op te pakken. De afgelopen periode is rustig geweest. Na een gezellige
grote vakantie met de nodige uitstapjes zijn nu de jongere bewoners alweer
een tijdje naar school. Vlak voor de grote vakantie hebben we onverwacht
afscheid moeten nemen van onze kleine Anoeskha, heel onverwacht is ze
overleden. Gelukkig weten we dat ze bij onze Heer Jezus is en daar geen
beperkingen meer zal hebben, toch missen we haar en heeft ze een grote plek
in onze harten.
Sinds een paar weken is Thijs er voor een half jaar, hij helpt mee op school
om de nieuwe onderwijsmethoden te introduceren. Hierdoor krijgen de kinderen
meer kindgericht les. We zijn heel blij met zijn komst. In oktober waren
Jaap Vergouwe en Gert Pieters op bezoek om zendelingen te ondersteunen. Jaap
is al twintig jaar actief in België en Gert is christenondernemer in
Zeeland. De bewoners hebben moeilijke Bijbelvragen aan de broeders kunnen
stellen. Het was een zegen dat zij hier waren.
Na mijn bevalling kijken we weer vooruit en hopen een goed schooljaar
tegemoet te gaan. We weten ons geborgen in de armen van onze grote God, daar
zijn we veilig. Steeds weer ervaren we dat Hij Zijn werk niet los zal
laten.
Patrick's werk bij RTV Shalom
Patrick werkt met plezier bij Radio Shalom. Ook aan de gasten die bij ons
komen, wordt gevraagd om een bijdrage te leveren aan korte Bijbelstudies die
via de radio worden uitgezonden. Het programma 'Op de grens naar morgen' is
vijf minuten en speciaal bedoeld voor mensen die vlak voor de nieuwe dag
(dus 23.55 uur) nog bemoedigd kunnen worden.
Daarnaast is Patrick beschikbaar om te dienen met het Woord. Onlangs werd
hij uitgenodigd bij de Surinaamse gemeente Shekinah. Dit is een gemeente
waar vooral veel Hindoestaanse mensen zijn. Hij heeft daar mogen spreken
over het boek Joël. Het was een bijzondere dienst waarbij hij direct
gevraagd werd om weer te komen.
Ons gezin
Op 19 oktober is ons gezinnetje een heus gezin geworden met de komst van
Timothy Johannes. Via een keizersnede is hij op de wereld gezet en hij maakt
het heel erg goed. Judith is alweer anderhalf jaar en is echt een lieve
grote zus voor haar broertje, regelmatig komt ze bij hem kijken en praat dan
even met hem op haar manier. Afgelopen zondag hebben we Timothy mogen
opdragen in onze gemeente.
Het afgelopen half jaar was Judith veel ziek, het bleek dat ze de ziekte van
Pfeiffer had. Gelukkig is ze daar nu van opgeknapt en kan ze begin december
ook weer terugkeren naar de crèche.
Website: www.stinderuimte.nl
|
|
Met de tabernakel
door de jungle naar Apoera
05-02-2011
De
uitnodiging was al een tijdje geleden binnen om een tabernakelpresentatie te
houden in Apoera, een dorp gelegen aan de Corantijn rivier, de grens rivier
met Brits Guyana.
Met de tabernakel, een extra reserveband, een schop, een houwer en proviand
voor een hele dag en wat dozen met boeken en uitdeel materiaal maak ik
(Henk) samen met broeder John, een aanvang voor een vierdaagse tocht naar
Apoera. Het dorp ligt 350 km westwaarts van Paramaribo aan de Corantijn, de
grensrivier met Brits Guyana. Het is 5 uur in de ochtend en het eerste
gedeelte gaat tot Zanderij over een mooie asfaltweg. Na een uur komt de zon
op, de weg veranderd van asfalt in rood bauxiet. Tot aan de Saramacca rivier
rijden we over een soort wasbord, maar als we de oude houten brug over de
rivier zijn gepasseerd wordt de weg mooi glad. Zo kunnen we flink
doorrijden. Vlak voor de wagen steekt nog een miereneter de weg over en
zoekt een veilig heenkomen in de jungle. We zien verder geen wild en ook
geen tegenliggers. We passeren statige kankantries (reuzebomen), door brand
verwoeste gedeelte bos en dan wordt het landschap heuvelachtiger. De
vele bruggen zijn in goede konditie en zo gaat de tocht zeer voorspoedig. De
lucht begint te betrekken als we in de buurt van kamp 52 zijn. We hebben dan
nog 50 km te gaan hebben. We passeren een plek waar een steenslag bedrijf
zich heeft gevestigd. Gigantische grote vrachtwagens brengen het grind van
daaruit naar Apoera voor verder transport. Dat betekent dat de weg aan gort
wordt gereden. Het tempo ligt er uit, we hobbelen voort en na 8 uur rijden
bereiken we ons einddoel.
Bij een indiaanse familie is een kamer onder het huis voor ons gereserveerd.
Voor het baden en de toilet moeten we buitenshuis zijn, maar dat zijn we wel
gewend. Na een heerlijke maaltijd is het even uitrusten geblazen en daarna
maken we ons gereed voor de samenkomst. Het kerkgebouwtje is simpel; het
model van de tabernakel, de laptop en de beamer worden opgesteld terwijl we
worden gadegeslagen door de bezoekers. Na gebed en zang krijg ik het woord.
Ik stel de beamer in en krijg geen beeld, nog eens proberen, bij de tweede
poging gaat het licht uit en zitten we even in het donker, maar het licht
herstelt zich onmiddellijk. Bij
de vierde poging komt een broeder naar mij toe en zegt dat er te weinig
stroom is. Dat is de oorzaak. Wat te doen? Men vraagt aan mij of het ook op
een TV scherm getoond kan worden. Even later komt iemand een LCD scherm
brengen. Als alles aangesloten is krijgen we een mooi beeld te zien. Prijs
God! De presentatie kan beginnen en met aandacht wordt er gekeken en
geluisterd naar de uitleg. De volgende dag proberen we nog een presentatie
op een school te regelen, maar in verband met de feestelijkheden die voor de
nationale feestdag gepland staan is er geen ruimte. Dan maar mensen op gaan
zoeken, diverse huizen worden aangedaan. We ontmoeten oma Lewis en zij
blijkt vandaag 80 jaar te zijn geworden. Kleindochter Jenny Lewis hebben we
16 jaar geleden als 'kweekje' twee jaar in huis gehad. 's Middags komt de
zuster die voor ons kookt weer een maal brengen. Als ik het etensbakje
openmaak, zie ik twee kwikwi's boven op de rijst liggen die me met grote
vissenogen aanstaren, compleet geserveerd met alles d'r op en d'r an! John
breekt de koppen er af en zuigt ze leeg. Ik pas, het vlees onder de schubben
is lekker zacht.
's
Avonds is er het vervolg van de tabernakel uitleg in het gemeente gebouw.
Het aanschouwelijk maken van de verschillende voorwerpen helpen bij het
vertellen en de betekenissen die wij eruit kunnen leren worden instemmend
begroet. Aan het eind van de avond kom ik in kontakt met een jonge moeder
die graag het kinderwerk wil gaan opstarten, wat een beetje in het slop is
geraakt. Ik kan haar een doos meegeven met allerlei kindermateriaal, waar ze
ontzettend blij mee is. Ook is er aandacht voor de meegenomen boeken, men
neemt nu de kans om zich van goede en goedkope lektuur te voorzien. De
bibliotheek krijgt ook een ruime aanvulling.
Donderdag is Srefidenside, de herdenking van 35jaar onafhankelijkheid, een
nationale feestdag. We vermaken ons met het maken van bezoeken en er wordt
cricket gespeeld op het voetbalveld. 's Avonds is de slotbijeenkomst en het
aantal bezoekers is minder. Broeder John houdt een toespraak met als
onderwerp priesterdienst en wijsheid. Als wij ons gastenverblijf betreden
ontdekken we dat we tussen twee bars zitten. De luidruchtige muziek zal ons
lang wakker houden. Onze gastheer en John raken in gesprek en ik maak van
die gelegenheid gebruik om een praatje te beginnen met iemand die buiten
tegen het balkon staat geleund. Hij vertelt hoe gevaarlijk het soms kan zijn
in het bos wanneer ze bomen rooien en moeten afvoeren. Hun kamp is een keer
vernietigd doordat een boom verkeerd viel. Niemand gewond geraakt gelukkig.
Hij bidt elke dag voordat hij naar zijn werk vertrekt. Het is fijn om zo met
iemand spontaan over de Here Jezus te kunnen praten.
De
volgende morgen in alle vroegte vertrekken we en de kapitein van het dorp
reist mee omdat hij een training in de stad moet volgen. Tot mijn grote
opluchting is het eerste gedeelte van de weg 'gescrabeld', glad gekrabd! Dat
betekent dat we flink kunnen doorrijden. Plotseling zien we een tapir, ter
grootte van een jonge koe, midden op de weg staan. Het beest schiet haastig
de jungle in, er is helaas geen tijd om het dier te fotograferen. Er is geen
vrachtverkeer tijdens onze rit. Bij de Maziona brug lopen mensen en we
stoppen. De houten brugleuning is over ong. 10 meter vernield en beneden
zien we de bumper van een auto in het water. Iemand vertelt ons dat de wagen
de vorige avond te water is geraakt. Wat er met de bestuurder is gebeurt
horen we later wanneer we een stop maken bij de Coppename rivier. Daar is
een gedeelte van een schutting kapot gereden door een chauffeur, die onder
invloed zijn weg heeft trachten te vervolgen met het noodlottige resultaat.
Ondanks het feit dat er zo weinig verkeer op die route is moeten we toch
alert zijn op vreemde weggebruikers. Dat
blijkt als we de volgende dag in de krant lezen dat er ook nog een auto over
de kop is geslagen en er een dode en enkele gewonden zijn gevallen op die
weg. Broeder John en ik arriveren eerder in de stad dan we verwacht hadden,
bij John thuis danken we de Heer voor zijn bewaring en ik rijd verder. Als
ik het erf oprijdt kijkt Anneke mij met grote ogen aan. Wanneer ik mijzelf
even later in de spiegel beschouw zie ik de reden; door het stof van de weg
ben ik een echte 'roadhuid'!
|
|
De Tabernakel naar Frans Guyana en Galibi
11-02-2010
Een stagiaire die via Fans Guyana naar Holland moet; een zendeling in St.
Laurant (Fr) die om nog een paar kalenders vraagt, alsmede kleine groepen
gelovigen die graag de tabernakel willen zien; ziedaar voldoende redenen om
vanuit Paramaribo een reis in oostelijke richting te maken. In de vroege
vrijdagochtend bij het eerste morgenlicht gaan we (Gerrit Roorda en Henk
Wassink) vol goede moed op weg en laten de stad achter ons. Gerrit heeft
zijn stagetijd er op zitten en zal via Cayenne naar Parijs vliegen en
vandaaruit naar Amsterdam reizen. Onderweg naar Albina regel ik alvast
telefonisch de oversteek over de Marowijne rivier. Broeder Roy Allawinsi zal
ons opwachten bij de douane. We bereiken Albina juist op het moment dat een
lijkwagen met politie begeleiding ons tegemoet komt. Bij de douanepost
aangekomen verspreidt zich op dat moment een grote groep mensen. Zij zijn
samengestroomd om hun dode de laatste eer te bewijzen nu het lichaam voor
sectie naar de hoofdstad wordt vervoerd. De man heeft het leven gelaten bij
de rellen in het grensplaatsje Albina, welke voor wereldnieuws heeft
gezorgd!
Na de plichtplegingen bij de douane mag ik de auto op het terrein van de
Militaire Politie achterlaten. Tijdens mijn afwezigheid zullen zij erop
letten. Donkere wolken komen boven de rivier opzetten. Als we net met al
onze spullen in de boot zitten breekt een hevig noodweer los. In een
gietende hoosbui steken we van wal en maken de overtocht. De enige die
kletsnat wordt is onze bootsman, wij zitten met ons pakgoed gelukkig droog
onder de kap. Aan de Franse kant verloopt de controle bij de douane
vlekkeloos en we worden in St. Laurent aan land gezet op een paar honderd
meter van de woning van de zendeling, die ons hartelijk ontvangt. Onze oude
broeder Henk Kreuger is blij met de kalenders en kan nu nog enkele
Nederlands sprekende mensen voorzien van Het Goede Zaad. Samen met hem breng
ik Gerrit naar het 'busstation' waar we afscheid nemen.
De
volgende dag word ik opgehaald door br. Robbie Draaibas. We laden al onze
spullen in de boot en vertrekken, eerst terug naar Albina om olie te kopen
om daarna de tocht over het water naar Galibi te vervolgen. Goed en wel
onderweg ontdek ik dat ik een tas mis. Waar kan die gebleven zijn? Er zit
niets anders op dan terug te varen naar St. Laurant, misschien staat hij nog
op het strand. Bij aankomst daar zien we hem staan op de plek naast de trap
(zie foto) waar veel mensen gebruik van maken. Met een dankbaar hart word de
tas weer bij de bagage toegevoegd. Hoe dichter we bij de monding van de
rivier komen hoe onstuimiger het water wordt. Je bent dan ook dankbaar
wanneer je opnieuw vaste grond onder je voeten vindt!
Zondagmorgen zitten we met 4 man in de boot en steken opnieuw over naar de
Franse kant. De tabernakel stevig ingepakt tegen het woelige zeewater.
Halverwege krijgen we onverwachts bezoek. Een vis is door het opspattende
water in onze boot terecht gekomen en kronkelt aan mijn voeten. Het arme
dier voelt zich echt niet op zijn gemak en krijgt zijn vrijheid terug en
verdwijnt in het zilte nat. Als er geen haven is en je wilt aan land dan
moet je de boot een beetje uit het water op de kant trekken. Zo vergaat het
ons bij aankomst op het strand, waar wij ons ook ter plekke hebben omgekleed
voor de samenkomst. De
bijeenkomst wordt gehouden in een pinahut, er zijn zo'n 25 mensen aanwezig.
Met aandacht wordt er geluisterd naar het woord, nadat er eerst met eerbied
in het Karaibs gezongen is. Na afloop wordt er geen koffie geschonken, maar
er is kasiri, een pittig indiaanse drank! Als we weer bij de boot aankomen,
blijkt deze geheel op het droge te liggen! Met man en macht, centimeter na
centimeter, duwen, trekken, tillen en wrikken krijgen we het vaartuig in het
water en koersen we op Galibi aan.
De volgende dag 's avonds staat er een presentatie op het programma in een
kerkje aan de andere kant van het dorp. We zetten de tabernakel met
toebehoren in de kruiwagen (hét dorpsvervoermiddel voor vracht) en gaan
lopen; een klein half uur sjouwen we door het mulle zand; het is vermoeiend
en daarbij gaan mijn gedachten naar de Israëlieten in de woestijn, die het
veel zwaarder moeten hebben gehad. Als alles mooi opgesteld staat kom ik tot
de ontdekking dat ik mijn Bijbel niet bij me heb, maar een zuster bied mij
een exemplaar aan. Alles zal dan wel weer vlot verlopen denk ik, maar daarin
vergis mij. De beamer die mooie vergrotingen van de diverse voorwerpen op
het scherm zet, laat het plotseling afweten. Na een paar minuten heb ik weer
beeld, dat gaat zo de hele avond door. Men wijdt het euvel aan de lage
stroomspanning van de dorpsgenerator. Maar ik betwijfel dat. Hoe was mijn
voorbereiding voor deze avond, vraag ik mij in stilte af. Zou dat er iets
mee te maken kunnen hebben? Ondanks de onderbrekingen wordt de presentatie
intensief bekeken en beluisterd. Na afloop lopen we onder een prachtige
sterrenhemel naar huis. Om elf uur wordt de generator stopgezet en gaan alle
lichten in het dorp uit, maar de lichten aan het firmament stralen dan des
te helderder. Bij God gaat het licht nooit uit!
Een dag later ontmoeten we de voorganger van een andere gemeente. Als hij
hoort wat ik ben komen doen, nodigt hij mij meteen uit om diezelfde avond
met de tabernakel in de gemeente te komen! Die reaktie had ik niet verwacht,
maar ik ben blij met deze extra kans de tabernakel weer op te zetten. De
gemeenteleden zal hij een bericht sturen en uitnodigen. 's Avonds opnieuw al
kruiend door het mulle zand, maar niet zo lang. Er zijn al een paar mensen
aanwezig en als ik alles opgesteld heb is er nog gelegenheid om oude foto's
van het dorp en de inwoners op het scherm te laten zien. Dat geeft soms
hilariteit, maar het trekt mensen. De zitruimte is nagenoeg geheel bezet en
ik zie dat er ook nog toeschouwers in het donker buiten staan. Zij houden
zich een beetje schuil, maar willen toch alles meemaken. De boodschap wordt
vertaald in het Karaibs en dan moet je wel veel geduld hebben voordat jouw
zin is vertaald. Tot mijn grote vreugde werkt de beamer perfect. Op de
terugweg naar huis duwt br. Robbie de kruiwagen en mag ik dankbaar naast hem
meelopen.
De volgende morgen in alle vroegte als de sterren nog hoog aan de hemel
staan verlaten we Galibi vanaf het strand om met de boot richting Albina te
gaan. Het water is kalm en als de eerste stralen van de zon zich aandienen
verbleken de sterren aan de hemel. Een nieuwe dag breekt aan, een majestueus
gezicht vanaf het water! In Albina is er goed op de auto gelet en laden we
alle spullen over en neem ik afscheid van mijn Indiaanse broeder Robbie.
Blij dat het allemaal zo voorspoedig is gegaan, rijd ik richting Paramaribo.
Na 25 km hoor ik een daverende knal en ja hoor het is goed raak; de
rechterachterband heeft het begeven, de stukken liggen achter mij op straat.
Het is een stil stuk weg en rondom alleen maar groen, geen huis te zien. Een
eind terug zie ik even een hoofd uit het groen verschijnen, waarschijnlijk
benieuwd naar de oorzaak van de knal, maar verdwijnt toch weer. Snel aan de
slag zodat ik verder kan. Onderwijl passeren er een paar auto's,
ongetwijfeld denken de bestuurders 'hij redt het wel'. De klus is gauw
geklaard en ik kan ook weer het stuur ter hand nemen en mijn weg naar
Paramaribo vervolgen. Moe maar voldaan kom ik enkele uren later bij Anneke
aan.
|
|
ATJONI,
en het KinderBoekenFestival
23-05-2009
Met een volgeladen auto met spullen voor de stand op het
kinderboekenfestival en ook nog wat dozen met kleding die onderweg afgegeven
zouden worden, vertrok ik (red: Henk Wassink) met zonsopgang vanuit Paramaribo om de rit naar
Atjoni te volbrengen, een afstand van 170 km naar het binnenland van
Suriname. Men had mij aangeraden een speer mee te nemen, niet bedoeld om
wegpiraten van het lijf te houden maar het is hier de benaming voor een
extra reservewiel. Onderweg werd nog een zuster opgehaald die de rit zou
meemaken en alle dagen zou assisteren in de boekenstand. De eerste 50 km
ging redelijk vlug maar toen verlieten we het asfalt en begon de barre tocht
over een weg die gereconditieoneerd wordt. Onze snelheid liep terug, een
wandelaar zou ons met gemak kunnen bijhouden, en zelf voorbij gaan! Na veel
geschud en gehobbel kwamen bij het dorp Brokopondo op een stuk asfalt en ja
hoor, daar kregen we een 'boro banti' (lekke band). Gelukkig op het mooie
asfaltgedeelte dus was de klus snel geklaard. We konden daar in het dorp de
kledinglading lossen en vervolgden vol goede moed weer onze jungletocht..
Het moet gezegd worden wanneer je niet snel kan rijden kan je veel meer van
de omgeving genieten en de gaten en oneffenheden op je pad komen niet zo
snel op je af, maar ze waren er wel, niet te tellen.
Bij aankomst in Atjoni was het festivalterrein gemakkelijk te vinden want
ter plaatse houdt de weg op en gaat het vervoer verder per korjaal. Op het
terrein werd ik opmerkzaam gemaakt dat een van mijn banden aan het leeglopen
was. Geen nood dacht ik, gewoon ter plaatse laten oppompen. Maar bij navraag
bleek die mogelijkheid niet te bestaan, wel 75 km terug! Gelukkig vond ik de
volgende morgen een truck chauffeur die mij aan lucht hielp. Opgelucht
konden we die dag de kinderen opwachten die per korjaal zouden arriveren en
die we in de stand zouden krijgen. Een kleurrijk gezicht om de boten te zien
aanmeren en de kinderen nieuwsgierig rondkijkend en vol verwachting en zeer
gediciplineerd het terrein op te zien komen.
Het thema was: 'Luister goed, wees soms ook stil, en ontdek wat de ander
zeggen wil'. Naast de boekentafel hadden wij een blikvanger opgesteld. Deze
bestond uit een poppekop, waar uit de mond water kwam en dat werd opgevangen
in een bamboebuis. Als de buis vol was kiepte dat gedeelte naar beneden
zodat de buis leegliep en viel door zijn tegengewicht weer terug in de oude
positie om opnieuw vol te lopen. Deze konstante beweging trok de nodige
aandacht en je zag de vragen op de gezichten hoe dat nou mogelijk was. De
les die we zichtbaar probeerden te maken werd heel goed begrepen. Als ik
vroeg wat er uit mijn mond kwam dan was het antwoord: 'geluid of woorden'.
Dat geluid ging in andermans oren en als men de woorden had begrepen, kond
het gehoorde weer doorgegeven worden aan een ander.
Daarop volgde het verhaal van de jonge Samuel. Hij moest leren luisteren
naar de stem van God. Als ik de jeugdige toehoorders vroeg of je de stem van
God vandaag ook nog kon horen kreeg ik meestal een negatief antwoord. Als
daarna de Bijbel te voorschijn kwam dan begrepen ze dat we God wel konden
horen door simpel Zijn Woord te openen en te gaan lezen Het evangelie kon
daarna mooi aansluitend worden verteld. De tweede dag kwam een leraar de
stand binnen en toen hij het allemaal overzien had zei hij: 'Ik ben hier
deze week met een groep studenten van de kweekschool en zij moeten dit
beslist komen zien.' De hele groep werd bij elkaar geroepen en de
boodschap werd aan deze toekomstige leerkrachten uitgelegd.
Op de dag van vertrek kwam de opruimploeg en één van die jongens riep mijn
naam. Hij vroeg of ik hem nog herkende van vroeger. En prompt begon hij de
bijbelboeken uit het hoofd op te zeggen. Dat had hij moeten leren toen hij
nog op school zat en wij met lektuur zijn school bezochten. Dat was een
leuke ontmoeting en ook een fijne bemoediging dat het zaad dat eenmaal
gezaaid was goede voedingsbodem had gevonden. 'Zaai uw zaad in de
morgen en laat uw hand tegen de avond niet rusten, want u weet niet of het
ene gelukken zal of het andere, dan wel of beide tezamen goed zullen
zijn.' Prediker 11 vers 6.
|
|
|
|
|
|